De kosten voor het volgen van een opleiding in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) bestaan uit deze vier typen kosten:
1. Les- of cursusgeld
2. Boeken en readers
3. Digitale leermiddelen
4. Overige benodigdheden

1. Les- of cursusgeld
In het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) hangt de hoogte van het les- of cursusgeld af van je leeftijd, het niveau van de opleiding en de gekozen leerweg (bol of bbl).

Bol-opleiding
Als je een bol-opleiding (school en stage) volgt, betaal je alleen lesgeld als je op 1 augustus 2020 18 jaar of ouder bent. Je betaalt dit aan het rijk. Voor het cursusjaar 2020 – 2021 is dit € 1.202. Je ontvangt hierover aan het begin van het schooljaar bericht van DUO (Dienst Uitvoering Onderwijs) en kunt eventueel in zes termijnen betalen.

Bbl-opleiding
Als je een bbl-opleiding (werken en leren) volgt, betaal je alleen cursusgeld als je op 1 augustus 2020 18 jaar of ouder bent. Je ontvangt daarvoor een factuur van school. De hoogte van het cursusgeld is afhankelijk van het niveau van de bbl-opleiding:
– voor opleidingen op niveau 1 en 2 betaal je in het schooljaar 2020/2021 € 250.
– voor opleidingen op niveau 3 en 4 betaal je in het schooljaar 2020/2021 € 606.

Later ingeschreven
Stroom je later in het schooljaar in, dan hoef je niet het hele bedrag te betalen. Word je op of na 1 november bij je opleiding ingeschreven, dan betaal je over de reeds verstreken maanden van het schooljaar geen lesgeld.

Lesgeld terugkrijgen
Als je tussentijds met de opleiding stopt, kun je het lesgeld geheel of gedeeltelijk alleen terugkrijgen als je:

• vóór 1 mei 2021 je diploma haalt en de school verlaat
• in de loop van het schooljaar van een BOL-opleiding overstapt naar een BBL-opleiding (je gaat dan wel cursusgeld betalen)
• in de loop van het schooljaar van een voltijd-vavo-opleiding overstapt naar een deeltijd-vavo-opleiding
• in geval van ernstige ziekte, overlijden of bijzondere familieomstandigheden.
• in alle andere gevallen moet je het volledige lesgeld betalen

Terugkrijgen gaat niet automatisch. Je moet het zelf aanvragen bij de Dienst Uitvoering Onderwijs.

2. Boeken en readers
Om lessen te kunnen volgen, heb je boeken en readers nodig. Wil je er zeker van zijn dat je de juiste druk van een boek ontvangt, bestel je boeken dan via de MBO Webshop. Je mag de boeken ook ergens anders bestellen. Let er dan goed op dat je de juiste druk koopt.

3. Digitale leermiddelen
Naast boeken kom je op de boekenlijst ook zogenaamde ‘licenties’ tegen voor het gebruik van digitale leermiddelen. Voor het gebruikmaken van digitale leermiddelen moet – net als voor boeken – worden betaald en deze licenties zijn een verplicht onderdeel van het lesprogramma. Overigens verlaagt het gebruik van digitale leermiddelen in de meeste gevallen juist de kosten van (dure) boeken. Deze licenties bestel je via de MBO Webshop.

4. Overige benodigdheden
Om onderwijs te kunnen volgen kun je gebruikmaken van de basisuitrusting van de school. Daarnaast moet je zelf onderwijsbenodigdheden aanschaffen. Er zijn onderwijsbenodigdheden die je verplicht zelf moet aanschaffen. Het gaat om spullen voor persoonlijk gebruik zoals:
• boeken
• readers
• softwarelicenties voor digitaal lesmateriaal
• laptop
• werk- of sportkleding
Deze spullen zijn en blijven jouw eigendom. Je krijgt een leermiddelenlijst van de opleiding zodat je weet wat je moet aanschaffen.

De basisuitrusting wordt door de school ter beschikking gesteld en daar dien je zorgvuldig mee om te gaan. De basisuitrusting bestaat uit alle leermaterialen en gereedschappen die je op school gebruikt om je opleiding te volgen en examen te doen. Studenten die deze leermiddelen in eigendom willen hebben, kunnen ervoor kiezen deze zelf aan te schaffen.

De overige benodigdheden worden gesplitst in een vrijwillig en een verplicht gedeelte. De verplichte kosten betaal je voor zaken die echt noodzakelijk zijn om een opleiding af te kunnen ronden. Daarnaast is er sprake van een vrijwillig gedeelte. Deze kosten zijn niet strikt noodzakelijk, maar wel zeer wenselijk voor een goede uitvoering van het onderwijs. Het gaat hier om de kosten van excursies en een kleine bijdrage aan de diploma-uitreiking.